Wie van de Drie? Meetsystemen vliegtuiggeluid Schiphol vergeleken

Alle drie systemen die rond Schiphol in gebruik zijn om vliegtuiggeluid te meten kunnen informatie leveren aan omwonenden over optredende geluidsniveaus en geluidsbelasting. Afhankelijk van de informatiebehoefte van de opdrachtgever kan deze kiezen voor een van deze drie. De bruikbaarheid kan toenemen als alle radardata over het vliegpatroon openbaar toegankelijk worden. Het vrijgeven daarvan past uitstekend in het Open Data beleid van de Nederlandse overheid.

In opdracht van de Alderstafel is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de drie systemen die rond Schiphol in gebruik zijn om vliegtuiggeluid te meten: Luistervink, NOMOS, en Geluidsnet. Het gaat om een technische beschrijving van de onderdelen waaruit elk systeem bestaat: de lokale meetpost, de centrale dataopslag en de wijze van rapporteren.

Aanleiding voor het door ARDEA uitgevoerde onderzoek was dat de resultaten per meetsysteem in de praktijk verschillen. De uitkomst is dat alle drie voldoen, maar dat elk systeem zijn sterke en zwakke punten heeft. De specifieke eigenschappen verklaren de verschillen. De inzet van een bepaald systeem hangt daarom af van de informatie die de opdrachtgever nodig heeft.

NOMOS wordt door Schiphol en andere luchthavens gebruikt. Luistervink is ontwikkeld door de gemeente Amsterdam en later verzelfstandigd. Geluidsnet is ontstaan uit een burgerinitiatief van omwonenden in het zogeheten “buitengebied” van Schiphol. Omdat zij buiten de geluidscontour vielen, konden zij volgens Schiphol geen echte hinder ondervinden van vliegtuiggeluid. De provincie Zuid Holland en de Leidse Regio waren om die reden ook niet vertegenwoordigd in de voormalige Commissie Geluidshinder Schiphol (thans wel in CROS) .

Omdat in dat buitengebied geen handhavingspunten staan, hebben bewoners in de Leidse regio zelf een meetnet ontwikkeld. Dat bestaat uit een microfoon die is verbonden met een pc die permanent meetdata doorgeeft aan een centrale server. Die server vergelijkt de data met de andere meetposten en produceert realltime online grafieken van het ter plaatse gemeten geluidsniveau.

Een probleem dat alle meetsystemen hebben is om vliegtuiggeluid te onderscheiden van omgevingsgeluid. Zoals iedereen kan horen, maakt een passerende brommer soms evenveel lawaai als een overkomend vliegtuig. Geluidsnet gebruikt detectie-software met slimme algoritmen gebaseerd op gedistribueerde netwerktechnologie. Simpel gezegd: Wanneer onder de vliegroutes een serie microfoons wordt geplaatst die een bepaald geluidsniveau meten dat zich met 400 km per uur verplaatst, dan is de kans dat het een brommer is erg klein, dus dan moet het wel een vliegtuig zijn.

Geluidsnet heeft diverse prijzen gewonnen als innovatief instrument voor burgers die willen opkomen voor hun belangen met gebruikmaking van eParticipatie. Wegens het succes is het project ondergebracht in een stichting en uiteindelijk overgenomen door een adviesbureau. Klanten zijn een groot aantal gemeenten en regionale omgevingsdiensten.

Geluidsnet is door het veel grotere aantal meetpunten (100) en de spreiding ervan (ook in het buitengebied) beter in staat de lokale hinder precies te meten. Voor de bewoners is dit een goed instrument om de gevolgen van de verschuivingen in baangebruik en het verleggen van vliegroutes in kaart te brengen. Luistervink (8 punten) kan dat niet door het geringe aantal, en NOMOS (29) ook minder om dezelfde reden plus de relatief hoge detectie-drempel.

ARDEA concludeert: “De systemen Luistervink, NOMOS en Geluidsnet zijn in staat om vliegtuigpassages te onderscheiden van overig geluid en leggen de geluidsniveaus van deze passages op automatische wijze vast in eigen opslagsystemen. De systemen genereren daarmee data die bruikbaar is voor informatie aan omwonenden over optredende geluidsniveaus en geluidsbelasting.”

Wel beveelt ARDEA aan dat alle systemen voortaan een detectie-score geven: de verhouding tussen het aantal gemeten passages op een bepaalde locatie en het werkelijke aantal passages lin een straal daaromheen. Daartoe is het nodig dat de systemen kunnen beschikken over alle radardata van Schiphol. Op dit moment geldt dat alleen voor NOMOS, de andere twee maken gebruik van het onversleutelde transpondersignaal van vliegtuigen (maar die hebben niet alle zo’n signaal).

Het door burgers opgezette Geluidsnet kan wedijveren met professionele systemen. Het is een vroeg voorbeeld van de kracht van Open Data. Door het vrijgeven van publieke gegevens kan de samenleving toepassingen ontwikkelen die net zo goed zijn of anders niet van de grond komen. Voorwaarde is wel een “gelijk speelveld”, d.w.z. allen moeten over dezelfde gegevens kunnen beschikken. De gebruiker bepaalt dan wat (voor hem) de beste oplossing is. Het vrijgeven van radardata past derhalve uitstekend in het het kabinetsbeleid voor Open Data in de publieke sector.

Matt Poelmans is CROS bewonersvertgenwoordiger en was mede-initiatiefnemer van Geluidsnet

Lees ook...